ECLI:NL:RBUTR:2012:BW6855
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G.V.M. Veldhoen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering vergoeding niet-genoten vakantiedagen bij arbeidsongeschiktheid
De werknemer was van 31 oktober 2007 tot het einde van zijn dienstverband op 31 oktober 2009 arbeidsongeschikt en vorderde vergoeding van 27,5 niet-genoten vakantiedagen bovenop de reeds uitbetaalde 12,5 dagen. Hij baseerde zijn vordering op het Europese recht en het arrest Schultz-Hoff, dat stelt dat zieke werknemers recht hebben op volledige vakantie met behoud van loon.
De werkgever verweerde zich met het argument dat het oude artikel 7:635 lid 4 BW Pro, dat de uitbetaling van vakantiedagen bij ziekte beperkt, niet richtlijnconform kan worden uitgelegd zonder strijd met de wetgever's expliciete keuze en het rechtszekerheidsbeginsel. De kantonrechter bevestigde dit en stelde vast dat de wetswijziging per 1 januari 2012, waarbij dit lid werd geschrapt, dit bevestigt.
De kantonrechter oordeelde dat de richtlijnconforme uitleg niet zover kan gaan dat een wetsbepaling tegen de wetgever's wil wordt uitgelegd. Het beroep van de werknemer op redelijkheid en billijkheid faalde omdat de werkgever zich niet onredelijk had gedragen. De vordering tot vergoeding, wettelijke verhoging, rente, buitengerechtelijke kosten en dwangsommen werd afgewezen. De werknemer werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot vergoeding van niet-genoten vakantiedagen tijdens ziekte wordt afgewezen.