ECLI:NL:RBUTR:2012:BW6305
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens gebrek aan bewijs voorbereidingshandelingen diefstal met geweld en afpersing
De rechtbank Utrecht behandelde op 20 april 2012 de zaak tegen verdachte die werd verdacht van het voorbereiden van een diefstal met geweld en afpersing in vereniging. De tenlastelegging betrof het bezit van voorwerpen zoals een start-/alarmpistool, bivakmuts en latexhandschoenen die bestemd zouden zijn voor het plegen van een overval.
Tijdens de terechtzitting op 6 april 2012 hebben zowel de officier van justitie als de verdediging hun standpunten toegelicht. De rechtbank oordeelde dat uit de wettige bewijsmiddelen niet kon worden vastgesteld dat verdachte deze voorwerpen in bezit had of daarvan op de hoogte was. Ook het forensisch onderzoek leverde geen aanwijzingen op voor directe betrokkenheid van verdachte bij deze attributen.
Hoewel het gedrag van verdachte, zoals het wachten op medeverdachten met een mogelijk gestolen scooter en het meenemen daarvan, vragen opriep, kon dit niet worden aangemerkt als een strafbare voorbereidingshandeling. De rechtbank concludeerde dat niet wettig en overtuigend bewezen kon worden dat verdachte het ten laste gelegde feit had begaan en sprak hem vrij. Tevens werd de teruggave van de in beslag genomen scooter gelast.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs voor betrokkenheid bij voorbereidingshandelingen.