ECLI:NL:RBUTR:2012:BW6302

Rechtbank Utrecht

Datum uitspraak
20 april 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
16-600777-09
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14g Sr
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering tenuitvoerlegging bijzondere voorwaarden proeftijd wegens onvoldoende bewijs overtreding

De officier van justitie vorderde de tenuitvoerlegging van een gevangenisstraf met bijzondere voorwaarden opgelegd aan veroordeelde bij vonnis van 14 oktober 2009. Deze voorwaarden hielden onder meer in dat veroordeelde zich diende te gedragen naar aanwijzingen van de reclassering en mee te werken aan intake en behandelingstrajecten.

Uit het adviesrapport van de reclassering blijkt dat veroordeelde heeft deelgenomen aan de trajecten Nieuwe Perspectieven bij Terugkeer en De Waag, hoewel de beoogde resultaten niet zijn bereikt. Pas nadat veroordeelde in voorlopige hechtenis werd genomen wegens verdenking van een nieuw strafbaar feit, weigerde hij contact met de reclassering.

De rechtbank oordeelt dat op basis van het rapport niet duidelijk is dat veroordeelde de bijzondere voorwaarden heeft overtreden. Het is mogelijk dat veroordeelde zich niet realiseerde dat het weigeren van contact tijdens voorlopige hechtenis een overtreding was. Daarom wijst de rechtbank de vordering van de officier van justitie af.

Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot tenuitvoerlegging af wegens onvoldoende bewijs van overtreding van bijzondere voorwaarden.

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT
Parketnummer: 16/600777-09
Beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging ex artikel 14g van het Wetboek van Strafrecht
In de zaak van de officier van justitie onder het hierboven genoemde parketnummer tegen
[veroordeelde]
geboren te [geboorteplaats], op [1990],
wonende te [woonplaats],
gedetineerd in PI Utrecht, Huis van Bewaring locatie Nieuwegein,
heeft de officier van justitie de tenuitvoerlegging gevorderd van een aan veroordeelde opgelegde straf. Op deze vordering heeft de rechtbank de volgende beslissing gegeven.
1 De procedure
De procedure blijkt onder meer uit de volgende stukken:
- het vonnis van de politierechter d.d. 14 oktober 2009;
- het adviesrapport van het Leger des Heils Jeugdzorg & Reclassering d.d. 20 maart 2012;
- de vordering van de officier van justitie d.d. 28 maart 2012;
- de overige stukken;
Tijdens het onderzoek ter terechtzitting op 6 april 2012 is de officier van justitie gehoord.
Tevens is de veroordeelde gehoord, bijgestaan door zijn raadsman mr. J.G.M. Dassen, advocaat te Utrecht.
2 De beoordeling
De officier van justitie heeft de tenuitvoerlegging gevorderd en heeft daartoe overwogen dat veroordeelde zich niet gehouden heeft aan de bijzondere voorwaarden.
Veroordeelde is op 14 oktober 2009 door de politierechter veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 150 dagen waarvan 50 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, alsmede de bijzondere voorwaarden dat veroordeelde zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de aanwijzingen van de reclassering, dat veroordeelde dient mee te werken aan een intake voor het traject bij De Waag en aan de eventuele uit die intake voortvloeiende behandeling(en) en dat de veroordeelde dient mee te werken aan een intake voor het traject Nieuwe Perspectieven bij Terugkeer en aan de eventuele uit die intake voortvloeiende behandeling(en).
In het adviesrapport van 20 maart 2012 geeft de heer J. Wassink, reclasseringswerker, aan dat veroordeelde het traject bij Nieuwe Perspectieven bij Terugkeer heeft doorlopen, maar dat het niet is gelukt om de doelstellingen van huisvesting, dagbesteding en inkomen te realiseren. Een behandeling bij De Waag is wel gerealiseerd, maar deze behandeling heeft niet het beoogde effect bereikt. Uiteindelijk is veroordeelde overgedragen aan het ATC van Altrecht. Veroordeelde werd vervolgens al snel aangehouden wegens verdenking van betrokkenheid bij een strafbaar feit. Sinds veroordeelde daarvoor in preventieve hechtenis zit weigert hij alle contact met de reclassering en hulpverlening. Hierdoor is een reclasseringstoezicht na zijn detentie niet uitvoerbaar, aldus de heer Wassink.
De veroordeelde heeft ter zitting van 6 april 2012 aangegeven dat wat in het rapport staat niet juist is en dat hij bij zowel De Waag als bij het traject Nieuwe Perspectieven bij Terugkeer is geweest. Veroordeelde gaf aan zich wel aan de afspraken te hebben gehouden.
De rechtbank maakt uit de inhoud van het adviesrapport van de reclassering op dat veroordeelde wel heeft meegewerkt met de reclassering. Veroordeelde heeft immers deelgenomen aan het traject Nieuwe Perspectieven bij Terugkeer en aan het traject bij De Waag. Veroordeelde heeft zich daarmee aan de opgelegde bijzondere voorwaarden gehouden. Dat de deelname aan deze trajecten voor veroordeelde niet de beoogde resultaten heeft opgeleverd doet daar niet aan af. Uit het rapport blijkt ook niet dat dit voor de reclassering aanleiding is geweest om veroordeelde terug te melden. Pas sinds veroordeelde op verdenking van het plegen van een nieuw strafbaar feit in voorlopige hechtenis zit heeft hij kenbaar gemaakt geen contact meer te willen met de reclassering. Dit is voor de reclassering aanleiding geweest om de zaak terug te melden bij het Openbaar Ministerie en de tenuitvoerlegging te adviseren.
De rechtbank is aldus van oordeel dat op basis van de inhoud van het rapport van het Leger des Heils niet duidelijk vast is komen te staan dat veroordeelde de bij vonnis van 14 oktober 2009 opgelegde bijzondere voorwaarden heeft overtreden. Het is zeer wel mogelijk dat veroordeelde zich niet heeft gerealiseerd dat hij de bijzondere voorwaarden overtrad door niet in gesprek te gaan met de reclassering op het moment dat hij voor het plegen van een nieuw strafbaar feit in voorlopige hechtenis zat. De rechtbank zal de vordering van de officier van justitie daarom afwijzen.
3 De beslissing
De rechtbank wijst de vordering na voorwaardelijke veroordeling van de officier van justitie d.d. 28 maart 2012 af.
Deze beslissing is gegeven door mr. A. Kuijer, voorzitter, mr. P.L.C.M. Ficq en
mr. P.P.C.M. Waarts, rechters, in tegenwoordigheid van de griffier mr. K.F. van Dam en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 20 april 2012.