ECLI:NL:RBUTR:2012:BW4366
Rechtbank Utrecht
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechter in faillissementsprocedure
In deze zaak heeft verzoekster een wrakingsverzoek ingediend tegen mr. [rechter], rechter in de Sector Handel & Kanton van de rechtbank Utrecht, belast met de behandeling van haar zaak tegen de curator in het faillissement van haar ouders. Het wrakingsverzoek is gebaseerd op vermeende vooringenomenheid van de rechter, onder meer vanwege een weigering om zich uit te laten over de rechtmatigheid van het openboren van een bankkluis en de inhoud van een eerder vonnis.
De rechtbank heeft het verzoek op 3 april 2012 in het openbaar behandeld. Tijdens de comparitie van partijen op 21 december 2011 had de rechter aangegeven dat de vraag over de rechtmatigheid van de inbeslagname in het midden kon blijven bij een eventuele schikking, hetgeen niet onjuist in het proces-verbaal was weggelaten. Verzoekster stelde ook dat de rechtbank Utrecht als geheel niet onafhankelijk zou zijn vanwege de betrokkenheid van een rechter-commissaris bij de machtiging tot openboren van de kluis.
De rechtbank oordeelt dat het wrakingsverzoek niet-ontvankelijk is voor zover het betrekking heeft op de zitting van 21 december 2011 en voor zover het zich richt tegen alle bij de rechtbank Utrecht werkzame rechters. Daarnaast is het wrakingsverzoek afgewezen omdat verzoekster geen feiten of omstandigheden heeft gesteld die een objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid van de rechter rechtvaardigen. Het wrakingsmiddel is niet bedoeld om onjuist geachte rechterlijke uitspraken aan te vechten; daarvoor staat appel open.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter wordt afgewezen en delen worden niet-ontvankelijk verklaard.