ECLI:NL:RBUTR:2012:BW4010
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- G. Perrick
- C.A.M. van Straalen
- M.S. Koppert
- Rechtspraak.nl
Veroordeling wegens dwang en bezit stroomstootwapen bij beëindiging arbeidsrelatie
Op 15 september 2011 heeft verdachte samen met medeverdachten [medeverdachte 1], [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] het slachtoffer gedwongen een beëindigingsovereenkomst te ondertekenen en zijn telefoon af te geven. Dit gebeurde onder geweld en bedreiging, waaronder het drukken van een hard voorwerp tegen het hoofd en meerdere klappen. De situatie vond plaats in een zolderruimte waar het slachtoffer niet kon ontsnappen, en er was sprake van numerieke overmacht.
De rechtbank achtte het bewezen dat verdachte medepleger was in deze dwanghandeling en dat het stroomstootwapen dat op 14 oktober 2011 in de auto van verdachte werd aangetroffen, een verboden wapen was. De rechtbank verwierp de verdediging die stelde dat er geen sprake was van dwang en dat het stroomstootwapen niet aan verdachte toebehoorde.
De rechtbank kwalificeerde het bewezenverklaarde niet als afpersing of diefstal met geweld, maar als dwang in de zin van artikel 284 Sr Pro. Verdachte werd veroordeeld tot de maximaal mogelijke gevangenisstraf van 9 maanden voor het medeplegen van dwang en tot een geldboete van €550 voor het bezit van het stroomstootwapen. De teruggave van in beslag genomen voorwerpen aan verdachte werd gelast.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 9 maanden gevangenisstraf voor medeplegen van dwang en een geldboete van €550 voor het bezit van een stroomstootwapen.