ECLI:NL:RBUTR:2012:BW3578
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.M. Eelkema
- Rechtspraak.nl
Vordering tot schadevergoeding wegens onrechtmatig conservatoir beslag met vertraging in betaling
In deze civiele procedure vordert eiser schadevergoeding van Vabeog wegens onrechtmatig conservatoir beslag dat door Vabeog is gelegd op een deel van de koopsom die Vabeog aan eiser verschuldigd was. Het conservatoir beslag leidde tot vertraging in de betaling van € 65.000,- door de notaris aan eiser.
De rechtbank stelt vast dat het arrest van het gerechtshof Leeuwarden onherroepelijk is geworden, waarin werd bevestigd dat Vabeog onrechtmatig heeft gehandeld door het beslag te leggen. De Hoge Raad heeft geoordeeld dat artikel 6:119 BW Pro niet rechtstreeks van toepassing is op vorderingen wegens onrechtmatige beslaglegging, maar de rechtbank oordeelt dat in deze casus de schade redelijkerwijs kan worden begroot op een bedrag gelijk aan de wettelijke rente over de periode van vertraging.
De rechtbank veroordeelt Vabeog tot betaling van € 2.193,06, zijnde de wettelijke rente over de periode van vertraging, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 8 april 2009 tot volledige betaling. Daarnaast wordt Vabeog veroordeeld in de proceskosten. Het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.
Uitkomst: Vabeog wordt veroordeeld tot betaling van € 2.193,06 plus wettelijke rente en proceskosten wegens onrechtmatig conservatoir beslag.