ECLI:NL:RBUTR:2012:BW2544
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- N. Groot
- L.C. Michon
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit herziening voorschot kinderopvangtoeslag 2008 wegens onjuiste beoordeling
Eiser maakte bezwaar tegen besluiten van verweerder waarin voorschotten kinderopvangtoeslag over 2007, 2008 en 2009 werden herzien en deels vastgesteld op nul euro. Nadat verweerder niet tijdig op het bezwaar had beslist, stelde eiser beroep in tegen het niet tijdig beslissen. De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is, maar dat het verzoek tot schadevergoeding wegens het niet tijdig beslissen wordt afgewezen omdat de gestelde schade niet het directe gevolg is van het uitblijven van een beslissing.
De rechtbank beoordeelt vervolgens het besluit van 13 mei 2011, waarin verweerder het bezwaar deels gegrond verklaarde en deels afwees. Eiser had contracten overgelegd waaruit blijkt dat hij in 2008 gebruik maakte van een geregistreerd gastouderbureau, waardoor het besluit over 2008 niet in stand kan blijven. De rechtbank vernietigt het besluit over 2008, maar laat de rechtsgevolgen van het besluit in stand omdat verweerder terecht heeft geoordeeld dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij daadwerkelijk kosten voor kinderopvang heeft gemaakt.
Verder oordeelt de rechtbank dat verweerder niet in strijd met het vertrouwens- of rechtszekerheidsbeginsel heeft gehandeld en dat de verrekening van voorschotbedragen rechtmatig was. De rechtbank veroordeelt verweerder tot vergoeding van de proceskosten en griffierecht. Het beroep tegen besluiten over 31 augustus 2010 en 1 december 2010 wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat deze besluiten zijn achterhaald door het besluit van 13 mei 2011.
Uitkomst: Het besluit van 13 mei 2011 over de herziening van de kinderopvangtoeslag 2008 wordt vernietigd, het beroep tegen het niet tijdig beslissen is gegrond, maar het verzoek tot schadevergoeding wordt afgewezen.