ECLI:NL:RBUTR:2012:BW2514
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.A.A. van Kalveen
- E.A. Messer
- P.W.G. de Beer
- Rechtspraak.nl
Veroordeling medeplegen verkrachting minderjarige tot voorwaardelijke jeugddetentie
Op 6 februari 2010 heeft verdachte samen met anderen een 14-jarig meisje gedwongen tot het ondergaan van seksuele handelingen, waaronder het pijpen van een medeverdachte. De rechtbank acht de aangifte van het slachtoffer betrouwbaar en ondersteunt deze met verklaringen van medeverdachten en DNA-bewijs van het Nederlands Forensisch Instituut.
Verdachte ontkende aanvankelijk betrokken te zijn geweest, maar deze ontkenning wordt door de rechtbank als kennelijk leugenachtig beoordeeld. De rechtbank concludeert dat verdachte medepleger is en dat sprake is van een bewuste en nauwe samenwerking waarbij het slachtoffer door bedreigingen en feitelijkheden werd gedwongen.
De rechtbank verwerpt het verweer dat slechts één getuige onvoldoende bewijs vormt en acht het bewezenverklaarde strafbaar. Gezien de ernst van het feit, de persoonlijke omstandigheden van verdachte en een advies van de Raad voor de Kinderbescherming, legt de rechtbank een geheel voorwaardelijke jeugddetentie van 2 maanden op met een proeftijd van 2 jaar en de bijzondere voorwaarde van hulp en steun.
Daarnaast wordt verdachte veroordeeld tot het betalen van € 500,- immateriële schadevergoeding aan het slachtoffer, met een regeling voor vervangende jeugddetentie bij niet-betaling. De overige vorderingen van het slachtoffer worden niet-ontvankelijk verklaard en kunnen bij de burgerlijke rechter worden ingediend.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 2 maanden voorwaardelijke jeugddetentie met een proeftijd van 2 jaar wegens medeplegen van verkrachting.