ECLI:NL:RBUTR:2012:BW2436
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.R. Krol
- L.M.G. de Weerd
- M.S. Koppert
- Rechtspraak.nl
Veroordeling verdachte voor zware mishandeling met voorbedachte raad na schietincident in kapperszaak
Op 25 augustus 2011 schoot de verdachte op klaarlichte dag in een drukke kapperszaak meerdere malen op de eigenaar, waarbij het slachtoffer in beide benen werd geraakt en zwaar lichamelijk letsel opliep. Hoewel het niet bewezen kon worden dat de verdachte het slachtoffer met voorbedachte rade van het leven wilde beroven, achtte de rechtbank bewezen dat hij met voorbedachte raad zwaar lichamelijk letsel heeft toegebracht.
De verdediging voerde aan dat het bewijs onvoldoende was en dat hooguit sprake kon zijn van poging tot zware mishandeling, maar dit werd verworpen. De rechtbank oordeelde dat de verdachte na kalm beraad handelde en dat sprake was van voorbedachte raad. De verklaring van een anonieme getuige werd niet als bewijs gebruikt, waardoor geen schending van de procesorde werd vastgesteld.
Het slachtoffer ondervindt blijvende gevolgen, kan zijn beroep niet meer uitoefenen en heeft zijn zaak met verlies moeten verkopen. De rechtbank hield rekening met eerdere veroordelingen van de verdachte en legde een gevangenisstraf van zes jaar op, lager dan de door het OM geëiste tien jaar. Tevens werd de verdachte veroordeeld tot schadevergoeding van ruim €3.600 aan het slachtoffer.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot zes jaar gevangenisstraf wegens zware mishandeling met voorbedachte raad en betaling van schadevergoeding aan slachtoffer.