ECLI:NL:RBUTR:2012:BW1179
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- N.E.M. Kranenbroek
- J. Ebbens
- Y.A.T. Kruijer
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens gebrek aan wettig en overtuigend bewijs van verkrachting
De rechtbank Utrecht behandelde de zaak tegen verdachte die werd verdacht van verkrachting van aangeefster A in de periode van augustus 2007 tot maart 2008. De aangeefster stelde dat verdachte haar meerdere malen had verkracht, waarbij hij misbruik maakte van zijn positie als behandelaar. Verdachte ontkende dwang en verklaarde dat de seksuele handelingen met instemming van de aangeefster plaatsvonden.
De rechtbank oordeelde dat voor het aannemen van dwang vereist is dat verdachte opzet had om de seksuele handelingen tegen de wil van de aangeefster te laten plaatsvinden, en dat deze dwang moest zijn uitgeoefend met geweld of bedreiging. Omdat het woord van de aangeefster tegenover dat van verdachte stond en er geen betrouwbaar steunbewijs was, kon de rechtbank niet tot een veroordeling komen.
De verklaringen van de getuige betrokkene B werden als onbetrouwbaar beoordeeld vanwege tegenstrijdigheden. Hierdoor ontbrak noodzakelijk steunbewijs om de beschuldiging te staven. De rechtbank sprak verdachte vrij wegens gebrek aan wettig en overtuigend bewijs en verklaarde de benadeelde partij niet-ontvankelijk in haar schadevordering.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens gebrek aan wettig en overtuigend bewijs van verkrachting.