ECLI:NL:RBUTR:2012:BW1144
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Faillissementsboedel heeft geen recht op som onder zich gehouden door deurwaarder
De zaak betreft een geschil tussen de curator van het faillissement van [X] en deurwaarderskantoor Pijnacker over de vraag of een bedrag van €55.500,00, dat Pijnacker onder zich houdt na betaling door SDG-Fasseur, toebehoort aan de faillissementsboedel van [X]. [X] had een onderneming verkocht, waarbij een deel van de koopsom via derden werd beheerd. Door een lening van [A] en daaropvolgende beslagen ontstond onduidelijkheid over de eigendom van het bedrag.
De curator vorderde afdracht van het bedrag aan de faillissementsboedel, stellende dat het bedrag zonder meer toebehoort aan de boedel. Pijnacker stelde dat het bedrag niet zonder meer aan de boedel toekomt en dat onduidelijk is aan wie zij het bedrag bevrijdend kan betalen. De rechtbank overwoog dat indien de betaling aan Pijnacker plaatsvond in het kader van executie of met instemming van [X], het bedrag niet meer tot de boedel behoort. Indien dit niet het geval is, dan is de betaling onverschuldigd en behoort het bedrag niet toe aan de boedel.
De rechtbank concludeerde dat de curator onvoldoende feiten heeft aangevoerd om aan te tonen dat de faillissementsboedel recht heeft op het bedrag. De primaire stelling van Pijnacker slaagt, en de vordering wordt afgewezen. De curator wordt veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is gewezen door mr. R.A. Steenbergen en op 28 maart 2012 uitgesproken.
Uitkomst: De vordering van de curator tot afdracht van €55.500,00 wordt afgewezen en de curator wordt veroordeeld in de proceskosten.