ECLI:NL:RBUTR:2012:BW1134
Rechtbank Utrecht
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Arbeidsovereenkomst en loonvordering bij onjuiste diploma-informatie pedagogisch medewerker
De zaak betreft een loonvordering en een voorwaardelijk verzoek tot ontbinding van een arbeidsovereenkomst tussen eiser en de kinderopvangorganisatie [naam]. Eiser solliciteerde en voerde gesprekken, waarna op 19 september 2011 overeenstemming werd bereikt over de arbeidsvoorwaarden, vastgelegd in een formulier ondertekend door eiser en een manager. De directeur moest nog tekenen, maar dit werd als formaliteit gezien. Eiser zegde haar oude baan op in vertrouwen op de nieuwe arbeidsovereenkomst.
Later bleek dat eiser niet beschikte over het vereiste MBO-diploma niveau 3, maar slechts over deelcertificaten. Dit werd pas na twee maanden ontdekt, waarna eiser werd geweigerd werkzaamheden te verrichten. Eiser vorderde loonbetaling en toelating tot werk, terwijl de werkgever stelde dat geen arbeidsovereenkomst tot stand was gekomen en dat er sprake was van dwaling.
De kantonrechter oordeelde dat de arbeidsovereenkomst wel tot stand was gekomen omdat partijen overeenstemming hadden bereikt over de essentiële arbeidsvoorwaarden. Het beroep op dwaling werd verworpen omdat eiser erop mocht vertrouwen dat zij aan de eisen voldeed. De weigering tot tewerkstelling kwam voor rekening van de werkgever, die ook loon moest betalen vanaf 4 oktober 2011. De vordering tot toelating tot werk werd afgewezen vanwege het ontbreken van de juiste kwalificatie. De proceskosten werden aan de werkgever opgelegd.
Uitkomst: Arbeidsovereenkomst is tot stand gekomen en loonvordering wordt toegewezen, terwijl ontbinding voorwaardelijk wordt toegestaan wegens ontbreken juiste diploma.