ECLI:NL:RBUTR:2012:BW0993
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.P. Killian
- E.A. Messer
- P.W.G. de Beer
- Rechtspraak.nl
Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel in zaak opiumwet
De rechtbank Utrecht heeft op 27 maart 2012 uitspraak gedaan in een ontnemingszaak tegen een verdachte die eerder was veroordeeld voor het opzettelijk handelen in strijd met het verbod van artikel 3 onder Pro B van de Opiumwet in de periode van oktober 2008 tot oktober 2009.
Tijdens de zitting van 13 maart 2012 zijn de officier van justitie, verdachte en zijn raadsman gehoord. De officier van justitie handhaafde een vordering van €305.000,-, terwijl de verdediging geen gemotiveerd verweer voerde tegen de berekeningswijzen.
De rechtbank achtte de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel, gebaseerd op de BOOM-normen en het proces-verbaal van bevindingen, in beginsel juist. Uit het dossier bleek dat er meerdere oogsten waren geweest in drie ruimtes, waarop de rechtbank haar berekening baseerde.
Uiteindelijk stelde de rechtbank het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op €160.498,- en legde zij veroordeelde de verplichting op dit bedrag aan de staat te betalen. De rechtbank zag geen aanleiding tot matiging van dit bedrag.
De beslissing is gebaseerd op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht en werd uitgesproken door de meervoudige kamer van de rechtbank Utrecht.
Uitkomst: Veroordeelde is verplicht tot betaling van €160.498 aan de staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.