ECLI:NL:RBUTR:2012:BW0590
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vordering tot betaling dwangsom wegens schending non-concurrentiebeding en vereenzelviging van Kentbrook met natuurlijke personen
Polcreative, producent en handelaar in lijkhoezen, vordert betaling van een dwangsom wegens overtreding van een non-concurrentiebeding door Kentbrook en [gedaagde sub 2]. Dit beding verbiedt [gedaagde sub 2] en haar echtgenoot gedurende drie jaar lijkhoezen te produceren of verhandelen in Nederland, België, Luxemburg en Zwitserland. Kentbrook, een groothandel in lijkverzorgingsproducten, wordt door Polcreative gezien als een vehikel van [gedaagde sub 2] en haar echtgenoot, die via Kentbrook de verboden activiteiten voortzetten.
De kantonrechter onderzoekt of sprake is van vereenzelviging, waarbij het identiteitsverschil tussen Kentbrook en de natuurlijke personen wordt genegeerd vanwege misbruik. Uit verklaringen en stukken blijkt dat [gedaagde sub 2] en haar echtgenoot feitelijk zeggenschap hebben over Kentbrook en via deze onderneming lijkhoezen verhandelen. Het verweer dat de offerte door de echtgenoot is opgesteld vanwege taalbarrière wordt als ongeloofwaardig verworpen.
De rechter oordeelt dat Kentbrook en [gedaagde sub 2] het non-concurrentiebeding hebben geschonden en dat Kentbrook aansprakelijk is voor de onrechtmatige daad. De aansprakelijkheid is hoofdelijk, zodat betaling door een van hen de ander bevrijdt. Polcreative wordt toegewezen een dwangsom van € 10.000 plus wettelijke rente en vergoeding van proces- en beslagkosten. Het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.
Uitkomst: Kentbrook en [gedaagde sub 2] worden hoofdelijk veroordeeld tot betaling van € 10.000 dwangsom wegens schending non-concurrentiebeding en onrechtmatige daad.