ECLI:NL:RBUTR:2012:BV9386
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- R.P. den Otter
- Y.M.J.I. Baauw-de Bruijn
- Y.A.T. Kruijer
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor langdurige bijstandsfraude door verzwijging gezamenlijke huishouding
De rechtbank Utrecht heeft op 1 maart 2012 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte die in de periode van 1 januari 2001 tot en met 31 maart 2011 bijstandsfraude pleegde. Verdachte heeft opzettelijk nagelaten de instantie te informeren over het feit dat zij duurzaam een gezamenlijke huishouding voerde met haar echtgenoot en aldus inkomsten had, waardoor zij onterecht bijstand ontving.
De rechtbank baseerde haar oordeel op gemeentelijke informatie, getuigenverklaringen, waarnemingen ter plaatse en verklaringen van de medeverdachte. De verdediging voerde aan dat samenwoning in een deel van de periode niet bewezen kon worden en dat het vermogen in Turkije niet tot het gemeenschappelijk vermogen behoorde. De rechtbank sprak verdachte vrij van het verzwijgen van het vermogen in Turkije, maar achtte het verzwijgen van de gezamenlijke huishouding en inkomsten wettig en overtuigend bewezen.
De rechtbank oordeelde dat verdachte gedurende meer dan tien jaar bewust onjuiste gegevens verstrekte, daarmee misbruik makend van het sociale stelsel. Ondanks persoonlijke omstandigheden en een blanco strafblad, vond de rechtbank een werkstraf van 180 uur passend, aangevuld met een voorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden met een proeftijd van twee jaar.
De strafrechtelijke beoordeling vond plaats onafhankelijk van eerdere bestuursrechtelijke uitspraken. De rechtbank benadrukte dat fraude van deze omvang en duur het sociale stelsel ondermijnt en dat een gevangenisstraf in beginsel op zijn plaats is, maar hield rekening met verzachtende omstandigheden.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een werkstraf van 180 uur en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 6 maanden wegens langdurige bijstandsfraude.