ECLI:NL:RBUTR:2012:BV4040
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.E. Kruijff-Bronsing
- E.A. Messer
- A.M. Crouwel
- Rechtspraak.nl
Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel na hennepkwekerij
De rechtbank Utrecht behandelde op 7 februari 2012 de ontnemingszaak tegen de veroordeelde, die eerder werd veroordeeld voor medeplegen van overtredingen van de Opiumwet en diefstal. De officier van justitie vorderde ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel van €58.305,65, gebaseerd op twee oogsten. De verdediging betwistte dit en voerde onder meer aan dat slechts één oogst bewezen was en dat de berekening onjuist was.
De rechtbank oordeelde dat de conclusie van de rapporteur dat twee oogsten hadden plaatsgevonden onvoldoende onderbouwd was en nam één oogst als uitgangspunt. De rechtbank stelde de opbrengst per plant vast op 28,2 gram en de verkoopprijs op €3,28 per gram, conform een geactualiseerd standaardrapport. De kosten werden vastgesteld op €1.672,44, waaronder afschrijving en inkoopkosten.
Hieruit berekende de rechtbank het netto wederrechtelijk verkregen voordeel op €24.318,94. De vordering van de officier van justitie werd voor het overige afgewezen. De rechtbank verwierp het verweer dat het bedrag nihil moest zijn vanwege financiële draagkracht van veroordeelde. De uitspraak is gebaseerd op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht.
Uitkomst: Veroordeelde is verplicht tot betaling van €24.318,94 ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.