ECLI:NL:RBUTR:2012:1415
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige weigering standplaatsvergunning en schadevergoeding afgewezen
Eiser vroeg een standplaatsvergunning voor woensdagen in 2010, maar deze werd geweigerd omdat een concurrent reeds een vergunning had. Deze vergunning werd later ingetrokken en eiser kreeg alsnog een vergunning vanaf 14 april 2010. Eiser vorderde schadevergoeding voor omzetderving over de periode dat hij geen vergunning had, maar verweerder wees dit af wegens onvoldoende bewijs.
De rechtbank stelde vast dat het besluit tot vergunningverlening aan de concurrent onrechtmatig was en dat verweerder aansprakelijkheid erkende. Echter, eiser slaagde er niet in de omvang van de schade aannemelijk te maken. De overgelegde facturen en omzetgegevens waren onvoldoende specifiek en representatief voor de periode en locatie.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende onderbouwing gaf voor de gestelde winstderving en dat het niet optimaal benutten van de standplaats deels een vrijwillige keuze was. Ook de proceskostenvergoedingen voor verlet en reiskosten werden grotendeels afgewezen. Het beroep van eiser werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het schadeverzoek afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.