ECLI:NL:RBUTR:2011:BV1110
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.M. Eelkema
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot verwijdering persoonsgegevens uit incidentenregister afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid
Verzoekers, vertegenwoordigers van een minderjarige, dienden een verzoek in op grond van de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) om ING te veroordelen de persoonsgegevens van de minderjarige uit het interne en externe incidentenregister te verwijderen. ING had de bankrekening van de minderjarige geblokkeerd en diens gegevens opgenomen wegens een vermoeden van betrokkenheid bij fraude.
De gemachtigde van verzoekers had op 18 april 2011 een ondubbelzinnig verzoek tot verwijdering gedaan, waarop ING op 15 juni 2011 een inhoudelijke afwijzing stuurde. Verzoekers dienden het verzoekschrift bij de rechtbank echter pas op 22 september 2011 in, na het verstrijken van de zes weken termijn die de Wbp voorschrijft.
De rechtbank oordeelde dat het verzoekschrift daardoor niet-ontvankelijk is. Het standpunt van verzoekers dat pas de brief van 3 augustus 2011 een verzoek in de zin van artikel 36 Wbp Pro zou zijn, werd verworpen. Verzoekers werden veroordeeld in de proceskosten van ING, begroot op €1.464,-. De beschikking werd uitgesproken door mr. J.M. Eelkema op 21 december 2011.
Uitkomst: Verzoekers worden niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de wettelijke termijn voor het indienen van het verzoek tot verwijdering van persoonsgegevens.