ECLI:NL:RBUTR:2011:BU8418
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek dwangakkoord ondanks schuld niet te goeder trouw aan UWV
De rechtbank Utrecht behandelde op 15 december 2011 het verzoek van een schuldenaar tot het instellen van een dwangakkoord ex artikel 287a Faillissementswet. De schuldenaar had een minnelijke schuldregeling aangeboden waarbij alle schuldeisers behalve het UWV instemden. Het UWV weigerde echter mee te werken vanwege het maatschappelijk belang en het feit dat de schuld voortkwam uit het niet nakomen van verplichtingen, met een opgelegde boete en een beschikking met kracht van gewijsde.
De rechtbank erkende het rechtens te respecteren maatschappelijk belang van het UWV, maar oordeelde dat de vordering van het UWV (€ 831,46) te klein was om de belangenafweging in zijn voordeel te doen uitvallen. De totale schuldenlast bedroeg € 10.297,47. De rechtbank achtte waarschijnlijk dat een verzoek tot wettelijke schuldsaneringsregeling succesvol zou zijn, waarbij de schuldeisers, inclusief UWV, een minder groot deel zouden ontvangen dan bij de minnelijke regeling.
De rechtbank concludeerde dat het UWV niet in redelijkheid tot weigering van instemming met de schuldregeling had kunnen komen, gelet op de onevenredigheid tussen het belang van het UWV en de belangen van de schuldenaar en overige schuldeisers. Daarom werd het verzoek tot het instellen van een dwangakkoord toegewezen en werd het UWV bevolen in te stemmen met de schuldregeling.
Uitkomst: De rechtbank beveelt het UWV in te stemmen met de minnelijke schuldregeling en wijst het verzoek tot dwangakkoord toe.