ECLI:NL:RBUTR:2011:BU7279
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toekenning maatschappelijke opvang aan ongewenst verklaarde vreemdeling met kwetsbare gezondheid
Eiser, een ongewenst verklaarde vreemdeling zonder rechtmatig verblijf in Nederland, verzocht om maatschappelijke opvang op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Verweerder wees dit verzoek af, waarna eiser bezwaar maakte en vervolgens beroep instelde bij de rechtbank Utrecht.
De rechtbank stelde vast dat eiser geen rechtmatig verblijf heeft en dat maatschappelijke opvang volgens de Wmo in principe alleen aan vreemdelingen met rechtmatig verblijf wordt toegekend. Echter, eiser leidde ernstige psychische en fysieke klachten, waaronder depressies en pijnklachten, die door medische deskundigen werden bevestigd. Eiser werd als kwetsbare persoon aangemerkt die bijzondere bescherming verdient volgens artikel 8 van Pro het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM).
De rechtbank oordeelde dat de weigering van maatschappelijke opvang geen “fair balance” vormde tussen de publieke belangen en de particuliere belangen van eiser, vooral omdat het niet vaststond dat eiser Nederland daadwerkelijk kon verlaten. Daarom moest verweerder eiser maatschappelijke opvang bieden, rekening houdend met zijn medische situatie. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en veroordeelde verweerder tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank bepaalt dat eiser maatschappelijke opvang moet worden verleend ondanks zijn ongewenste verblijfsstatus.