ECLI:NL:RBUTR:2011:BU7198
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling brandstichting auto met gevaar voor personen en goederen
Op 8 maart 2011 stak verdachte een geparkeerde Volkswagen in brand door benzine in de auto te gieten en aan te steken. Door het vuur ontstond gevaar voor de nabijgelegen woningen en personen, maar dankzij snel optreden van de brandweer en gunstige weersomstandigheden bleef de schade beperkt tot de auto.
De rechtbank achtte het wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de brandstichting heeft gepleegd. Bewijs bestond onder meer uit verklaringen van getuigen die verdachte in brand zagen staan, DNA-sporen op een gevonden shirt en forensisch onderzoek van een flesje met benzine. De verdediging voerde aan dat de politie onrechtmatige opsporingsmethoden gebruikte, maar dit werd door de rechtbank verworpen.
Verdachte werd veroordeeld tot een werkstraf van 180 uren, met een vervangende jeugddetentie van 90 dagen indien de werkstraf niet wordt uitgevoerd. De rechtbank vond een onvoorwaardelijke gevangenisstraf niet passend gezien de persoonlijke omstandigheden van verdachte, die zelf ernstige brandwonden opliep.
De rechtbank sprak verdachte vrij van wat meer of anders was ten laste gelegd en baseerde haar beslissing op relevante wetsartikelen uit het Wetboek van Strafrecht. Het motief van verdachte bleef onbekend.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een werkstraf van 180 uren met vervangende jeugddetentie van 90 dagen wegens brandstichting met gevaar voor personen en goederen.