ECLI:NL:RBUTR:2011:BU3456
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. van Maanen
- Y.M.J.I. Baauw-de Bruijn
- J. Schwillens
- Rechtspraak.nl
Veroordeling tot twaalf jaar gevangenisstraf voor moord met voorbedachte rade op levenspartner
Op 26 februari 2011 heeft verdachte zijn partner en moeder van zijn vier kinderen om het leven gebracht door haar te wurgen en verstikken met een hondenriem. Na de daad heeft hij het lichaam in een auto gelegd, naar Woudenberg gereden en daar in het water achtergelaten. Vervolgens heeft hij geprobeerd sporen te wissen en deed hij aangifte van haar vermissing.
De rechtbank baseert haar oordeel op de verklaringen van verdachte, getuigenverklaringen, observaties, forensisch onderzoek en het sectierapport van het NFI. Uit de verklaringen blijkt dat verdachte tijd en gelegenheid had om na te denken over zijn daad, waarmee het bestanddeel voorbedachte rade is bewezen. De verdediging stelde dat sprake was van een gemoedsopwelling, maar dit is verworpen.
Een gedragskundig onderzoek concludeerde dat verdachte licht verminderd toerekeningsvatbaar is. De rechtbank achtte dit meewegend bij de strafoplegging. De rechtbank veroordeelde verdachte tot twaalf jaar gevangenisstraf, met aftrek van voorarrest. Daarnaast werd verdachte veroordeeld tot een schadevergoeding van € 10.000 voor begrafeniskosten aan de moeder van het slachtoffer, terwijl overige vorderingen niet-ontvankelijk werden verklaard.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot twaalf jaar gevangenisstraf voor moord met voorbedachte rade op zijn levenspartner.