ECLI:NL:RBUTR:2011:BU1582
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- I. Bruna
- L.M.G. de Weerd
- Y.A.T. Kruijer
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende wettig bewijs oplichting kamerhuurders
De rechtbank Utrecht behandelde op 11 oktober 2011 een zaak tegen verdachte die werd verdacht van oplichting van kamerhuurders en deelname aan een criminele organisatie. De officier van justitie baseerde haar bewijs grotendeels op een verklaring van een medeverdachte, die zichzelf niet spaarde en steun vond in dossierstukken zoals wijzigingen bij de Kamer van Koophandel en gebruik van bankrekeningen.
De verdediging voerde aan dat de verklaring van de medeverdachte niet als bewijs mocht worden gebruikt omdat de verdediging deze getuige niet kon ondervragen, en stelde dat er onvoldoende concrete aanwijzingen waren voor de wetenschap van verdachte. De rechtbank overwoog dat hoewel er aanwijzingen waren die de verdenking rechtvaardigden, deze niet voldoende waren voor wettig bewijs. De ongeloofwaardige verklaring van verdachte en de gissingen in de verklaring van de medeverdachte konden niet leiden tot een bewezenverklaring.
Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten. Tevens werd de teruggave gelast van in beslag genomen voorwerpen die niet vatbaar waren voor verbeurdverklaring. Het vonnis werd uitgesproken op 25 oktober 2011 door de meervoudige kamer van de rechtbank Utrecht.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig bewijs voor oplichting.