ECLI:NL:RBUTR:2011:BR6669
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Uitleg CAO-bepaling over salarisgarantie tijdens opleiding verzorgende IG
Eiseres, werkzaam bij Zorggroep Charim, volgde vanaf oktober 2008 een opleiding tot verzorgende IG. Tijdens deze periode werkte zij minder uren dan voorheen als helpende, maar zij vorderde op grond van artikel 3.2.2 van de CAO VVT het behoud van haar salaris volgens de salarisschaal van haar oude functie. Charim betwistte dit en stelde dat alleen het nominale salaris werd gegarandeerd, niet het bruto salaris bij een fulltime dienstverband.
De kantonrechter overwoog dat partijen in de arbeidsovereenkomst de CAO VVT van toepassing hadden verklaard via een dynamisch incorporatiebeding. De uitleg van de CAO-bepaling moest daarom plaatsvinden conform het Haviltex-criterium, waarbij de redelijkheid, de ratio van de regeling en de gevolgen van verschillende interpretaties werden meegewogen.
De rechter concludeerde dat de CAO-bepaling inhoudt dat het bruto salaris volgens de salarisschaal van de voor de opleiding uitgeoefende functie moet worden betaald, niet slechts het nominale salaris. Charim had hiermee in strijd gehandeld. De vordering tot betaling van achterstallig loon inclusief vakantiebijslag, eindejaarsuitkering, wettelijke verhoging en rente werd grotendeels toegewezen, met uitzondering van een maand voorafgaand aan de opleiding.
De kantonrechter matigde de wettelijke verhoging tot 10% en veroordeelde Charim tevens tot betaling van de proceskosten. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Charim is veroordeeld tot betaling van achterstallig loon inclusief wettelijke verhoging en rente aan eiseres.