ECLI:NL:RBUTR:2011:BR6501
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Betekenis vrijwaringsplicht en beëindiging licentieovereenkomst Bibaboerderij
Biba ontwikkelde het Bibaboerderij-concept met televisieprogramma's en licentieproducten, en sloot daartoe aparte overeenkomsten met C1000 en de publieke omroep Tros. C1000 betaalde licentievergoedingen onder de voorwaarde dat de televisie-uitzendingen via een publieke omroep zouden plaatsvinden volgens een minimum frequentie.
De Tros stopte met uitzenden na een boete van het Commissariaat voor de Media wegens overtredingen van de Mediawet, voornamelijk omdat het programma feitelijk door C1000 werd gefinancierd en daarmee het sponsorverbod werd geschonden. C1000 stelde dat Biba tekortschiet in haar verplichtingen door het niet halen van het minimum aantal uitzendingen en zegde de licentieovereenkomst op.
De kern van het geschil betrof de uitleg van de vrijwaringsplicht van C1000 jegens Biba en de Tros. De rechtbank oordeelde dat deze vrijwaring alleen ziet op schade door verwijtbare promotionele activiteiten van C1000 zelf en niet op de boete en stopzetting door de Tros. Biba heeft daardoor tekortgeschoten en is aansprakelijk voor de schade van C1000. De vorderingen van Biba tot nakoming en schadevergoeding wegens onterechte beëindiging werden afgewezen.
De rechtbank beval een nadere comparitie om de schade nader te bepalen en beproefde een minnelijke regeling tussen partijen. Biba werd veroordeeld in de kosten van de procedure.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat C1000 de overeenkomst terecht heeft opgezegd wegens tekortschieten van Biba en veroordeelt Biba tot vergoeding van de door C1000 geleden schade.