ECLI:NL:RBUTR:2011:BR6237
Rechtbank Utrecht
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Ontheffing vrijwilliger en onrechtmatig stadionverbod bij voetbalvereniging IJsselmeervogels
Echtpaar, waarvan de man dertig jaar als vrijwilliger achter de bar bij voetbalvereniging IJsselmeervogels werkte, werd beschuldigd van diefstal en verduistering. Diverse getuigen verklaarden dat de man geld van de club verduisterde door bankbiljetten in zijn broekzak te stoppen in plaats van in de kassa.
Het bestuur van IJsselmeervogels besloot de man en zijn echtgenote met onmiddellijke ingang uit hun functies te ontheffen en legde hen een stadionverbod van acht maanden op. De man ontkende de beschuldigingen, maar het bestuur baseerde zich op meerdere verklaringen en meldingen.
De voorzieningenrechter achtte het aannemelijk dat de man zich schuldig had gemaakt aan verduistering en vond de ontheffing uit zijn functie gerechtvaardigd. Voor de echtgenote was onvoldoende bewijs voor deelname aan verduistering. Het stadionverbod werd echter onzorgvuldig en disproportioneel geacht, omdat er geen zorgvuldige belangenafweging had plaatsgevonden en het verbod een onnodige aantasting van hun goede naam veroorzaakte.
De rechtbank veroordeelde IJsselmeervogels tot het plaatsen van een rectificatie in het clubblad waarin het bestuur betreurt dat het stadionverbod onterecht en onzorgvuldig was opgelegd. De proceskosten werden tussen partijen gecompenseerd.
Uitkomst: Ontheffing vrijwilliger terecht, stadionverbod onrechtmatig; IJsselmeervogels veroordeeld tot rectificatie.