ECLI:NL:RBUTR:2011:BR5417
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- L.M.G. de Weerd
- M.H.L. Schoenmakers
- Y.A.T. Kruijer
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte wegens onvoldoende bewijs betrokkenheid bij wederrechtelijke vrijheidsberoving en diefstal met geweld
De rechtbank Utrecht behandelde de zaak tegen verdachte die werd verdacht van wederrechtelijke vrijheidsberoving, diefstal met geweld, diefstal door middel van valse sleutels en medeplegen oplichting. Diverse getuigenverklaringen en camerabeelden werden onderzocht, maar de betrouwbaarheid van de identificaties was twijfelachtig. Zo was er sprake van beïnvloeding bij fotoconfrontaties en was het tijdstip van camerabeelden niet eenduidig.
De officier van justitie en de verdediging waren het eens dat onvoldoende bewijs bestond om verdachte te verbinden aan de ten laste gelegde feiten. De rechtbank concludeerde dat de herkenningen noch afzonderlijk noch samen een wettig en overtuigend bewijs vormden. Daarnaast herkende de aangever verdachte niet op de zitting.
De rechtbank sprak verdachte vrij van alle ten laste gelegde feiten. De benadeelde partij werd niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering tot schadevergoeding. Verder werd de teruggave van in beslag genomen voorwerpen gelast aan verdachte en de rechthebbenden. De vordering tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke gevangenisstraf werd afgewezen omdat verdachte werd vrijgesproken.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs voor betrokkenheid bij de ten laste gelegde feiten.