ECLI:NL:RBUTR:2011:BR4719
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling WOZ-waarde woning en proceskostenvergoeding na beroep
Eiser betwist de door verweerder vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning voor het belastingjaar 2010, aanvankelijk vastgesteld op €417.000. Verweerder heeft in het beroepschrift de waarde bijgesteld naar €393.000, waarna de rechtbank het beroep gegrond verklaart en de waarde vaststelt op €393.000.
De rechtbank beoordeelt de vergelijkbaarheid van referentiewoningen en weegt de taxatierapporten. Het rapport van verweerder wordt zwaarder gewogen dan dat van eiser, omdat het gebaseerd is op bouwtekeningen en gemeentelijke gegevens, in tegenstelling tot het door eiser gebruikte makelaarssite-informatie.
Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiser, inclusief de kosten van het taxatierapport, ondanks dat eiser een schikkingsvoorstel van verweerder heeft afgewezen. De rechtbank oordeelt dat het afwijzen van een schikkingsvoorstel geen invloed heeft op de proceskostenvergoeding.
De waarde wordt daarmee definitief vastgesteld, de aanslag onroerendezaakbelasting dienovereenkomstig verminderd, en verweerder draagt de kosten van het beroep en het griffierecht.
Uitkomst: De WOZ-waarde wordt vastgesteld op €393.000 en verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en taxatiekosten.