ECLI:NL:RBUTR:2011:BR4704
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Wijziging bijzondere voorwaarden voorwaardelijke straf met ambulante behandeling
De rechtbank Utrecht behandelde op 6 juli 2011 een vordering tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke straf opgelegd aan de veroordeelde. De oorspronkelijke straf bestond uit negen maanden gevangenisstraf waarvan vier maanden voorwaardelijk met bijzondere voorwaarden, waaronder deelname aan een cognitieve vaardigheidstraining (Cova) en reclasseringstoezicht.
De reclassering rapporteerde dat de veroordeelde onvoldoende had meegewerkt aan de Cova-training en dat zijn leefomstandigheden en denkwijze onveranderd waren, waardoor het recidiverisico bleef bestaan. Tevens gaf de veroordeelde geen toestemming voor contact met de sociale dienst en werkte hij niet mee aan huisbezoeken, waardoor verantwoord toezicht onmogelijk was.
De officier van justitie stelde voor de bijzondere voorwaarden te wijzigen door de Cova-training te vervangen door een ambulante behandeling bij een forensisch psychiatrische polikliniek. De raadsman van de veroordeelde verzocht primair om opheffing van de bijzondere voorwaarden en subsidiair om gedeeltelijke tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke straf omgezet in een werkstraf.
De rechtbank oordeelde dat een behandeling zinvol en geboden was en wees het verzoek tot opheffing af. De bijzondere voorwaarden werden gewijzigd door de ambulante behandeling toe te voegen. De reclassering werd opgedragen de veroordeelde te ondersteunen bij naleving van deze voorwaarden. De beslissing werd genomen in het belang van zowel de veroordeelde als de samenleving.
Uitkomst: De rechtbank wijzigde de bijzondere voorwaarden van de voorwaardelijke straf door toevoeging van een ambulante behandeling bij een forensisch psychiatrische polikliniek.