ECLI:NL:RBUTR:2011:BR4420
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot exhibitie van documenten in internationale royaltygeschil popzangeres Cher
In deze zaak vordert Cher, een Amerikaanse popzangeres, dat Universal International Music B.V. (UIM) wordt veroordeeld tot het overleggen van diverse documenten die verband houden met royaltyovereenkomsten en joint ventures omtrent haar muziekuitgaven. Dit verzoek vloeit voort uit een lopende procedure bij de Superior Court in Californië, waarbij via het Bewijsverdrag bewijs wordt gezocht in Nederland.
UIM weigert de gevraagde stukken volledig te overleggen en voert onder meer aan dat het beginsel van hoor en wederhoor is geschonden en dat de exhibitieplicht niet onbeperkt is. De voorzieningenrechter oordeelt dat het beginsel van hoor en wederhoor voldoende is gerespecteerd en dat Cher een rechtmatig belang heeft bij inzage in de administratie van UIM, die een belangrijke rol speelt in de distributie en royaltyadministratie.
De rechter beoordeelt per onderdeel van de gevraagde documenten (Schedule A) of deze voldoende bepaalbaar zijn en of er gewichtige redenen zijn om de exhibitieplicht te beperken. Sommige verzoeken worden afgewezen, zoals inzage in conceptversies van overeenkomsten en digitale versies van documenten vanwege praktische bezwaren. Uiteindelijk wordt UIM veroordeeld om een nauwkeurig omschreven set documenten uiterlijk 3 augustus 2011 te overleggen, met een dwangsom bij niet-naleving en veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: UIM wordt veroordeeld tot het overleggen van specifieke documenten binnen de gestelde termijn, met oplegging van een dwangsom bij niet-naleving.