ECLI:NL:RBUTR:2011:BR3047
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.A. Messer
- M.C. Oostendorp
- P.W.G. de Beer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot tenuitvoerlegging voorwaardelijke jeugddetentie wegens niet-uitvoering maatregel
De rechtbank Utrecht behandelde de vordering van de officier van justitie tot tenuitvoerlegging van een aan veroordeelde opgelegde voorwaardelijke jeugddetentie van drie maanden, opgelegd onder de bijzondere voorwaarde dat veroordeelde zich zou gedragen naar aanwijzingen van Bureau Jeugdzorg Utrecht in het kader van de maatregel Hulp en Steun.
Uit het terugmeldrapport van Bureau Jeugdzorg bleek dat deze instantie nagelaten had de maatregel Hulp en Steun uit te voeren en dat er geen plan van aanpak was opgesteld. De officier van justitie vond dit aanleiding om de rechtbank te verzoeken de vordering tot tenuitvoerlegging af te wijzen.
De rechtbank oordeelde dat het, mede gelet op de niet-uitvoering door Bureau Jeugdzorg, niet opportuun was om de voorwaardelijke straf ten uitvoer te leggen. Ook verwees de rechtbank naar het arrest van het Gerechtshof Amsterdam waarin verdachte was vrijgesproken en de proeftijd werd ongedaan gemaakt.
De vordering tot tenuitvoerlegging werd dan ook afgewezen. De beslissing werd genomen door een meervoudige kamer van de rechtbank Utrecht en uitgesproken tijdens een openbare terechtzitting op 28 juni 2011.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke jeugddetentie af wegens niet-uitvoering van de maatregel door Bureau Jeugdzorg.