ECLI:NL:RBUTR:2011:BR1629
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte in asbestzaak wegens ontbreken toerekening verboden gedragingen
In deze strafzaak werd verdachte verweten dat zij als rechtspersoon in vereniging met anderen asbestvezels in de lucht en bodem had gebracht tijdens sloopwerkzaamheden in een pand te Veenendaal, waarbij gevaar voor de openbare gezondheid en levensgevaar werd veroorzaakt. Tevens werd haar als werkgeefster ten laste gelegd dat zij werknemers sloopwerkzaamheden liet verrichten zonder doeltreffende maatregelen ter voorkoming van gevaar.
De rechtbank onderzocht of de verboden gedragingen redelijkerwijs aan verdachte konden worden toegerekend. Uit het dossier bleek dat verdachte de directievoering voerde en een sloopbedrijf ([bedrijf 2]) had ingehuurd dat verantwoordelijk was voor de asbestsanering conform geldende regelgeving. De asbestsaneringswerkzaamheden werden uitgevoerd door derden buiten de sfeer van verdachte.
De rechtbank oordeelde dat de gedragingen niet in de sfeer van verdachte plaatsvonden, dat verdachte niet als werkgeefster kon worden aangemerkt ten aanzien van de betrokken werknemers, en dat zij de vereiste zorg had betracht. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van alle ten laste gelegde feiten, waaronder het opzettelijk in de lucht brengen van asbest en het niet nemen van maatregelen volgens de Arbeidsomstandighedenwet.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken omdat de verboden gedragingen niet in haar sfeer plaatsvonden en zij niet als werkgeefster kon worden aangemerkt.