ECLI:NL:RBUTR:2011:BQ9791
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- P.W.G. de Beer
- M.C. Oostendorp
- M. Aksu
- Rechtspraak.nl
Beslissing op vordering tot wijziging bijzondere voorwaarden behandeling veroordeelde in psychiatrisch ziekenhuis
De officier van justitie verzocht de rechtbank om de bijzondere voorwaarden opgelegd aan de veroordeelde te wijzigen en de klinische behandeling in het FPK Roosenburg van Wier met één jaar te verlengen. Dit verzoek volgde op een voorlopige machtiging op grond van de Wet Bopz die door de rechtbank was verleend, maar die volgens de rechtbank geen rechtskracht heeft omdat de veroordeelde op strafrechtelijke titel in de inrichting verblijft.
De rechtbank constateerde dat de veroordeelde sinds juni 2010 in het FPK verblijft en dat de proeftijd van de voorwaardelijke straf loopt tot juni 2012. De reclassering rapporteerde incidenten en moeilijk stuurbaar gedrag van de veroordeelde, waardoor een plaatsing in een opener setting nog niet mogelijk is. De rechtbank oordeelde dat een verlenging van één jaar disproportioneel is, maar achtte voortzetting van de behandeling noodzakelijk.
Daarom besloot de rechtbank de bijzondere voorwaarden te wijzigen door de duur van de klinische behandeling met drie maanden te verlengen, zodat de officier van justitie een nieuw verzoek tot voorlopige machtiging kan indienen. De overige bijzondere voorwaarden, waaronder het verbod om te wonen op het adres van de moeder zonder toestemming van de reclassering, blijven gehandhaafd.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot verlenging van bijzondere voorwaarden met één jaar af en verlengt deze met drie maanden.