ECLI:NL:RBUTR:2011:BQ9198
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor medeplegen en bezit van heroïne en cocaïne met deels voorwaardelijke gevangenisstraf
De rechtbank Utrecht heeft verdachte schuldig bevonden aan het medeplegen van het opzettelijk verkopen, afleveren, verstrekken en vervoeren van heroïne en cocaïne in de periode januari 2010 tot en met 3 februari 2011, alsmede het opzettelijk aanwezig hebben van deze drugs op 3 februari 2011.
Het bewijs bestond uit bekennende verklaringen van verdachte, verklaringen van medeverdachte en getuige, proces-verbalen van doorzoekingen en observaties, administratie in beslag genomen bij medeverdachte, en een NFI-rapport over de aangetroffen verdovende middelen. De rechtbank verwierp de verdediging dat de handel in een kortere periode plaatsvond en achtte de verklaringen van medeverdachte betrouwbaar.
De rechtbank oordeelde dat verdachte strafbaar is en legde een gevangenisstraf op van 10 maanden waarvan 5 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, en een werkstraf van 60 uur. Het voorwaardelijke deel is gekoppeld aan gedragsvoorschriften en begeleiding door de reclassering. De tijd in voorarrest wordt in mindering gebracht op de onvoorwaardelijke straf.
De rechtbank sprak verdachte vrij van wat meer of anders was ten laste gelegd en bepaalde dat het bevel tot voorlopige hechtenis wordt opgeheven zodra de duur van de voorlopige hechtenis gelijk is aan de opgelegde straf.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 10 maanden gevangenisstraf waarvan 5 maanden voorwaardelijk en een werkstraf van 60 uur.