ECLI:NL:RBUTR:2011:BQ9076

Rechtbank Utrecht

Datum uitspraak
21 juni 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
16/513570-10
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
  • J.E. Kruijff-Bronsing
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 27 WvSrArt. 366a SvArt. 77cc Sr
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging proeftijd na niet-naleving bijzondere voorwaarde jeugddetentie

De veroordeelde was eerder veroordeeld tot twee maanden jeugddetentie, waarvan één maand voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar en een bijzondere voorwaarde om zich te gedragen naar de aanwijzingen van Bureau Jeugdzorg Utrecht.

Uit een brief van Bureau Jeugdzorg bleek dat de veroordeelde deze bijzondere voorwaarde niet had nageleefd. Tijdens de zitting van 7 juni 2011 werd dit besproken met de officier van justitie, de veroordeelde, zijn raadsman en een vertegenwoordiger van Bureau Jeugdzorg.

De officier van justitie verzocht de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke straf niet te gelasten, maar de proeftijd met één jaar te verlengen. De kinderrechter achtte dit gegrond en besloot de proeftijd te verlengen, mede omdat de veroordeelde zich in een gesloten jeugdzorginstelling bevond en een bevel tot tenuitvoerlegging geen toegevoegde waarde had.

De beslissing werd genomen op basis van het onderzoek ter zitting, de inhoud van de brief van Bureau Jeugdzorg en artikel 77cc van het Wetboek van Strafrecht.

Uitkomst: De proeftijd van de voorwaardelijke jeugddetentie wordt met één jaar verlengd.

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT
Sector strafrecht
Parketnummer: 16/513570-10
Datum uitspraak: 21 juni 2011
Beslissing na voorwaardelijke veroordeling
Beslissing van de kinderrechter in bovengenoemde rechtbank, naar aanleiding van de vordering van de officier van justitie in dit arrondissement, ingekomen ter griffie van deze rechtbank op 17 januari 2011, strekkende tot tenuitvoerlegging van de straf, voor zover deze voorwaardelijk is opgelegd bij het onherroepelijk geworden vonnis van de kinderrechter in deze rechtbank te Utrecht van 1 september 2010, in de zaak tegen de veroordeelde:
[verdachte]
geboren op [1994] te [geboorteplaats]
wonende te [woonplaats]
thans verblijvende in de instelling voor gesloten jeugdzorg Almata te Den Dolder
De kinderrechter heeft acht geslagen op de zich in het dossier van de veroordeelde bevindende stukken, waaronder:
- een afschrift van voormeld vonnis, waarbij de veroordeelde onder meer is veroordeeld tot -kort gezegd- jeugddetentie van twee maanden, met aftrek overeenkomstig artikel 27 WvSr Pro., waarvan een maand voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren en de bijzondere voorwaarde dat de veroordeelde zich in het kader van de maatregel Hulp en Steun gedurende de proeftijd moet gedragen naar de aanwijzingen van Bureau Jeugdzorg Utrecht, afdeling jeugdreclassering, zolang die instelling dat nodig vindt;
- een kennisgeving als bedoeld in artikel 366a, eerste, van het Wetboek van Strafvordering;
- een brief van Bureau Jeugdzorg Utrecht, afdeling Jeugdreclassering, d.d. 21 april 2011, waaruit blijkt dat de veroordeelde voormelde bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd.
Het onderzoek heeft plaats gevonden ter zitting van 7 juni 2011, waarbij zijn gehoord de officier van justitie, de veroordeelde en zijn raadsman J.G.M. Dassen, alsmede mevrouw
N. Yasar van Bureau Jeugdzorg.
OVERWEGINGEN:
De officier van justitie heeft ter terechtzitting van 7 juni 2011 gevorderd de tenuitvoerlegging van bovengenoemde voorwaardelijk opgelegde straf vooralsnog niet te gelasten, maar de proeftijd van deze voorwaardelijk opgelegde straf met de duur van één jaar te verlengen.
Op grond van het onderzoek ter zitting, alsmede gelet op de inhoud van voormelde brief d.d. 21 april 2011, acht de kinderrechter termen aanwezig de proeftijd te verlengen. Nu veroordeelde in Almata zit, heeft een bevel tenuitvoerlegging geen toegevoegde waarde.
De kinderrechter heeft gelet op het artikel 77cc van het Wetboek van Strafrecht.
BESLISSING:
De kinderrechter:
verlengt de proeftijd van twee jaren die is vastgesteld in voormeld vonnis met één jaar.
Aldus gedaan door mr J.E. Kruijff-Bronsing, bijgestaan door mr. P. Groot-Smits als griffier en uitgesproken ter openbare zitting van de kinderrechter in deze rechtbank van 21 juni 2011.