ECLI:NL:RBUTR:2011:BQ9071
Rechtbank Utrecht
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen leden wrakingskamer rechtbank Utrecht
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de leden van de wrakingskamer van 10 mei 2011, omdat hij meende dat zij niet onpartijdig waren bij de behandeling van zijn wrakingsverzoek tegen een politierechter. Verzoeker kon niet aanwezig zijn bij de zitting wegens een val van de trap en had om aanhouding verzocht, maar dit verzoek werd afgewezen.
De wrakingskamer baseerde haar beslissing op het feit dat het verzoek tot aanhouding laat was ingediend, zonder medische verklaring en zonder aanwezigheid van een gemachtigde. De wrakingskamer oordeelde dat zij niet partijdig waren en geen schijn van vooringenomenheid hadden gewekt. Tevens werd overwogen dat een verkeerde beslissing over aanhouding niet automatisch partijdigheid impliceert.
Hoewel de wrakingskamer erkende dat verzoeker als justitiabele niet altijd bekend kan zijn met het landelijke aanhoudingsprotocol, werd het wrakingsverzoek afgewezen. De rechtbank gaf de wrakingskamer wel in overweging het onderzoek te heropenen om verzoeker alsnog te horen.
De rechtbank wees het wrakingsverzoek formeel af en droeg zorg voor de verzending van de beslissing aan alle betrokkenen.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de leden van de wrakingskamer wordt afgewezen wegens gebrek aan objectieve aanwijzingen voor partijdigheid.