ECLI:NL:RBUTR:2011:BQ9055
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling medeplegen handel in hasj met werkstraf en voorwaardelijke gevangenisstraf
De rechtbank Utrecht heeft verdachte veroordeeld voor medeplegen van handel in hasj in de periode van februari tot en met maart 2008. Uit uitgebreid bewijsmateriaal, waaronder telefoongesprekken, observaties en verklaringen, blijkt dat verdachte nauw samenwerkte met anderen bij de levering en verkoop van grote hoeveelheden hasj. Verdachte werd vrijgesproken van het feit van uitvoer van verdovende middelen buiten Nederland, omdat onvoldoende bewijs daarvoor was.
De rechtbank achtte wettig en overtuigend bewezen dat verdachte betrokken was bij de handel in hasj en dat hij een belangrijke schakel vormde in de criminele keten. De handel bracht de gezondheid van velen in gevaar en was uit winstbejag gepleegd. Verdachte stelde zijn eigen financiële belang boven dat van de maatschappij.
Hoewel de feiten een langdurige gevangenisstraf rechtvaardigen, vond de rechtbank een onvoorwaardelijke gevangenisstraf niet passend gezien de omstandigheden en het tijdsverloop. Daarom werd een maximale werkstraf van 240 uur opgelegd, gecombineerd met een geldboete van €5.000 en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 6 maanden met een proeftijd van twee jaar. Bij niet-nakoming van de werkstraf of boete kunnen vervangende hechtenisstraffen worden opgelegd.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 240 uur werkstraf, €5.000 boete en 6 maanden voorwaardelijke gevangenisstraf.