ECLI:NL:RBUTR:2011:BQ8589
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens gebrek aan wettig en overtuigend bewijs bij openlijke geweldpleging en belemmering aanhouding
De rechtbank Utrecht behandelde op 29 april 2011 de zaak tegen verdachte, die werd beschuldigd van het belemmeren van de aanhouding van een medeverdachte, openlijke geweldpleging in vereniging en mishandeling van een benadeelde partij. De tenlastelegging werd gewijzigd conform artikel 313 Sv Pro.
Tijdens de terechtzitting op 15 april 2011 hebben zowel de officier van justitie als de verdediging hun standpunten kenbaar gemaakt. De officier van justitie achtte het primair tenlastegelegde feit van openlijke geweldpleging niet wettig en overtuigend bewezen en vorderde vrijspraak daarvan. Voor de overige feiten vorderde zij wel een veroordeling.
De verdediging stelde dat geen van de feiten wettig en overtuigend bewezen kon worden. De rechtbank oordeelde dat uit het dossier niet kon worden vastgesteld dat de medeverdachte op het moment van de belemmering al was aangehouden, waardoor dit feit niet bewezen was. Ook kon niet worden vastgesteld welke personen het geweld tegen de benadeelde hadden gepleegd, noch dat verdachte deze mishandeling had uitgevoerd. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten.
De benadeelde partij vorderde een schadevergoeding, maar aangezien verdachte werd vrijgesproken van het feit waaruit de schade zou zijn voortgekomen, verklaarde de rechtbank de vordering niet-ontvankelijk en verwees naar de burgerlijke rechter.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van openlijke geweldpleging, belemmering aanhouding en mishandeling wegens gebrek aan wettig en overtuigend bewijs.