ECLI:NL:RBUTR:2011:BQ7575
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Z.J. Oosting
- E.A. Messer
- P.W.G. de Beer
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak van opzettelijke vrijheidsberoving en veroordeling voor illegaal wapenbezit
De rechtbank Utrecht behandelde de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van twee feiten: het opzettelijk beroven van een persoon van zijn vrijheid om geld af te dwingen, en het bezit van een vuurwapen met munitie. De rechtbank oordeelde dat de verklaringen van de aangever op belangrijke punten onbetrouwbaar waren en onvoldoende ondersteund werden door objectief bewijs, waardoor de vrijheidsberoving niet bewezen kon worden verklaard. Verdachte werd daarom vrijgesproken van dit feit.
Wat betreft het tweede feit, het bezit van een vuurwapen en munitie, achtte de rechtbank dit wel wettig en overtuigend bewezen. Het wapen was aangetroffen in een woning die aan verdachte gekoppeld kon worden, en hoewel er geen sporen van verdachte op het wapen waren, was het aannemelijk dat hij op de hoogte was van het wapen in zijn woning. Verdachte werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van drie maanden, met aftrek van de tijd die hij in voorarrest had doorgebracht.
De rechtbank nam mee dat verdachte weinig openheid van zaken had gegeven, wat het onderzoek bemoeilijkte, en dat het illegale wapenbezit een ernstig strafbaar feit is vanwege het gevaar dat het oplevert. De benadeelde partij werd niet-ontvankelijk verklaard in zijn vordering tot schadevergoeding, omdat het feit waaruit de schade zou zijn ontstaan niet bewezen was. Het in beslag genomen vuurwapen en een vervalste Spaanse verblijfsvergunning werden onttrokken aan het verkeer.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van vrijheidsberoving en veroordeeld tot drie maanden gevangenisstraf voor illegaal wapenbezit.