ECLI:NL:RBUTR:2011:BQ5237
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen bouwvergunning windturbines wegens Crisis- en herstelwet
Eisers stelden beroep in tegen het besluit van de gemeente Houten om vrijstelling en bouwvergunning te verlenen voor de oprichting van drie windturbines met een totale capaciteit van 6 MW. De rechtbank onderzocht of de Crisis- en herstelwet (Chw) van toepassing was op dit besluit. Hoewel aanvankelijk werd aangenomen dat de Chw niet van toepassing was, oordeelde de rechtbank uiteindelijk dat het bouwplan onder categorie 1.1 van Bijlage I van de Chw valt, omdat het gaat om een productie-installatie voor duurzame elektriciteit met windenergie.
De Chw vereist dat beroepsgronden direct bij het beroepschrift worden ingediend. Eisers hadden echter alleen een pro-forma beroep ingesteld en de gronden pas na afloop van de beroepstermijn kenbaar gemaakt. De rechtbank stelde vast dat er geen omstandigheden waren die het niet tijdig indienen van de gronden konden rechtvaardigen. Ondanks eerdere communicatie van de rechtbank die de toepasselijkheid van de Chw niet juist inschatte, leidde dit niet tot een ander oordeel.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak bevestigt de strikte toepassing van de Chw-procedure bij projecten voor duurzame energie.
Uitkomst: Het beroep tegen de bouwvergunning voor drie windturbines wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-tijdige indiening van beroepsgronden onder toepassing van de Crisis- en herstelwet.