ECLI:NL:RBUTR:2011:BQ5140
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling wegens overtreding inschrijfplicht Leerplichtwet ondanks richtingsbezwaren
De rechtbank Utrecht heeft verdachte veroordeeld wegens het niet inschrijven van haar drie minderjarige kinderen op een school, in strijd met artikel 2 lid 1 van Pro de Leerplichtwet 1969. Verdachte beriep zich op vrijstelling op grond van richtingsbezwaren vanwege haar lidmaatschap van het Pinkster-Holistisch Christendom, maar dit beroep werd verworpen omdat zij onvoldoende aannemelijk maakte dat er overwegende bezwaren bestonden tegen alle binnen redelijke afstand gelegen scholen.
De oudste twee kinderen waren eerder ingeschreven geweest op een protestants-christelijke school, waardoor artikel 8 lid 2 Leerplichtwet Pro 1969 een vrijstelling wegens richtingsbezwaren uitsluit. De jongste dochter was nooit ingeschreven, maar ook voor haar werd de vrijstelling niet toegekend omdat verdachte niet concreet kon aangeven welke scholen zij bezocht had en waarom die bezwaren opleverden.
Verdachte voerde tevens aan dat artikel 8 lid 2 in Pro strijd was met het EVRM en het EU-Handvest, maar de rechtbank volgde de jurisprudentie van de Hoge Raad en het Europese Hof voor de Rechten van de Mens dat dit niet het geval is. De rechtbank legde een geheel voorwaardelijke geldboete van €250 op met een proeftijd van twee jaar.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot een voorwaardelijke geldboete van €250 wegens overtreding van de inschrijfplicht Leerplichtwet 1969.