ECLI:NL:RBUTR:2011:BQ4417
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot verlaging garage wegens onvoldoende onrechtmatige hinder
Eisers, buren van gedaagde, vorderen dat gedaagde zijn garage verlaagt tot 2,6 meter en voorziet van een plat dak wegens vermeende onrechtmatige hinder door vermindering van lichtinval en uitzicht in hun tuin.
Gedaagde voert verweer dat de hinder beperkt is, mede door ligging van de tuin op het noordwesten, en dat de garage met vergunning is gebouwd. Ook wijst hij op de eigen bebouwing van eiser en die van andere buren, en het belang van extra bergruimte vanwege de kleine woning.
De rechtbank weegt de belangen en stelt vast dat de hinder niet zodanig ernstig is dat deze onrechtmatig is. Er is slechts geringe extra schaduw en het zogenaamde kokereffect ontbreekt. Bovendien is de garage architectonisch passend en is het belang van gedaagde bij de garage groot.
Daarom wijst de rechtbank de vordering af en veroordeelt eiser in de proceskosten. Het vonnis is gewezen door mr. C.A.M. van Straalen-Coumou op 4 mei 2011.
Uitkomst: De vordering tot verlaging van de garage wegens onrechtmatige hinder wordt afgewezen.