ECLI:NL:RBUTR:2011:BQ4344
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling poging tot afpersing en bedreiging met doodsbedreigingen
De rechtbank Utrecht heeft op 31 maart 2011 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte die samen met anderen heeft geprobeerd €150.000 af te persen van de heer benadeelde. Hierbij werden ernstige bedreigingen geuit, ook richting de gezinsleden van benadeelde, waardoor deze familie hun woonplaats ontvluchtte.
De rechtbank achtte wettig en overtuigend bewezen dat verdachte een dominante rol speelde in de afpersing, onder meer door het opstellen en versturen van dreigbrieven en sms-berichten, en het aanschaffen van prepaid telefoons voor communicatie. De verdediging voerde aan dat sprake was van een ondeugdelijke poging, maar dit verweer werd verworpen omdat de gebruikte middelen objectief geschikt waren om het doel te bereiken.
Psychologisch onderzoek concludeerde dat verdachte enigszins verminderd toerekeningsvatbaar was vanwege alcoholafhankelijkheid en een depressieve stoornis. Dit werd als strafverminderende factor meegenomen. De rechtbank legde een gevangenisstraf op van 21 maanden, waarvan 7 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, gekoppeld aan bijzondere voorwaarden waaronder behandeling bij De Waag en naleving van reclasseringsvoorschriften.
De rechtbank hield rekening met de ernst van het feit, de persoonlijke omstandigheden van verdachte, zijn positieve houding ten aanzien van behandeling en het lage recidiverisico. De tijd in voorarrest werd in mindering gebracht op de straf.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 21 maanden gevangenisstraf, waarvan 7 maanden voorwaardelijk, met bijzondere voorwaarden waaronder behandeling en reclasseringstoezicht.