ECLI:NL:RBUTR:2011:BQ3197
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- L.M. Janssens-Kleijn
- P.M.J.H. Muijlaert
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde woonhuis te Houten voor belastingjaar 2010
Eiseres betwist de door de gemeente Houten vastgestelde WOZ-waarde van haar woning voor het belastingjaar 2010, welke was vastgesteld op € 320.000 en na bezwaar verlaagd tot € 305.000. Zij voert aan dat de waardebepaling onjuist is vanwege onjuiste vergelijkingen, verschillen in woningkenmerken en een te hoge prijsstijging ten opzichte van eerdere waarderingen.
De rechtbank overweegt dat de waarde moet worden bepaald op basis van de waarde in het economisch verkeer per 1 januari 2009, waarbij vergelijkingsmethoden met referentiewoningen worden toegepast. De taxateur heeft drie referentiewoningen gebruikt die in beginsel voldoende vergelijkbaar zijn, en heeft rekening gehouden met verschillen in inhoud, oppervlakte, bouwjaar, ligging en onderhoud.
De rechtbank oordeelt dat de door verweerder gebruikte vergelijkingsmethode en het taxatierapport voldoende inzicht geven in de waardebepalende factoren en dat de vastgestelde waarde van € 305.000 niet hoger is dan de werkelijke marktwaarde. De bezwaren van eiseres, zoals verschillen in luxe en ligging nabij een spoorbrug, leiden niet tot een ander oordeel. Ook is de stijging ten opzichte van eerdere waarderingen niet relevant voor de huidige waardebepaling.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en bevestigt de WOZ-waarde. Partijen kunnen binnen zes weken hoger beroep instellen bij het gerechtshof Amsterdam.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard en de waarde van € 305.000 bevestigd.