ECLI:NL:RBUTR:2011:BQ3096
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering Wajonguitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid op achttiende verjaardag
Eiseres heeft op 19 november 2009 laattijdig een Wajonguitkering aangevraagd. Verweerder heeft dit op 28 januari 2010 geweigerd omdat eiseres op haar achttiende verjaardag, 30 november 1969, niet voor meer dan 25% arbeidsongeschikt was. Dit besluit is bij bezwaar gehandhaafd. Eiseres stelde dat zij al op jonge leeftijd psychische problemen had die niet erkend werden en dat verweerder de bewijslast onterecht bij haar legde.
De rechtbank oordeelt dat de beoordeling van de arbeidsongeschiktheid moet plaatsvinden volgens de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet (AAW), die op dat moment van toepassing was. Volgens artikel 6 van Pro de AAW moet de arbeidsongeschiktheid op de achttiende verjaardag minimaal 25% zijn om recht te hebben op een uitkering. Uit het medisch en arbeidsdeskundig onderzoek blijkt dat eiseres minder dan 25% arbeidsongeschikt was.
De rechtbank vindt geen aanleiding om het medisch oordeel te betwijfelen, mede omdat eiseres geen aanvullende medische gegevens heeft overgelegd. De bewijslast ligt bij eiseres, zeker gezien de lange periode tussen het tijdstip van de gestelde arbeidsongeschiktheid en de aanvraag. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de Wajonguitkering bevestigd.