ECLI:NL:RBUTR:2011:BQ1113
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek rechter wegens ontbreken objectieve onpartijdigheid
In deze wrakingszaak verzocht [verzoeker], vertegenwoordigd door mr. Van den Boogert, om wraking van mr. [X], rechter in de strafzaak tegen hem, vanwege een opmerking die de schijn van partijdigheid zou wekken. De opmerking betrof een waarschuwing aan de officier van justitie om erop toe te zien dat geen stukken uit het dossier werden gehaald, terwijl de raadsman van verzoeker met de officier en een medeverdediger dossiers bekeek.
De rechtbank onderzocht of er sprake was van persoonlijke vooringenomenheid of objectieve omstandigheden die onpartijdigheid in gevaar brachten. Mr. [X] erkende de opmerking, stelde deze grappig bedoeld te hebben en wees op de goede sfeer tijdens de zitting. De officier van justitie bevestigde het schertsend karakter.
De rechtbank oordeelde dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn en dat de opmerking niet in verband stond met de inhoud of het verloop van de strafzaak. Er waren geen bijkomende feiten die de vrees voor partijdigheid objectief rechtvaardigden. Daarom werd het wrakingsverzoek afgewezen en de strafzaak voortgezet zoals die was.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen mr. [X] is afgewezen wegens het ontbreken van objectieve gronden voor onpartijdigheid.