ECLI:NL:RBUTR:2011:BQ0117
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontruiming dienstwoning ambtenaar wegens intrekking status strijdig met vertrouwensbeginsel
Eiser, een ambtenaar in vaste dienst bij de gemeente Utrecht, woonde in een dienstwoning die formeel als zodanig was aangewezen volgens de Arbeidsvoorwaardenregeling Utrecht (ARU) en de Uitvoeringsregeling Utrecht (URU 15b). In 2009 besloot verweerder de status van dienstwoning in te trekken en stelde eiser voor de woning vanaf 2010 te huren tegen een kale huurprijs. Dit werd later herroepen, maar verweerder legde een ontruimingsplicht op per 1 januari 2012.
Eiser stelde dat hem in 1991 door de toenmalige directeur van de Dienst Openbare Werken onvoorwaardelijk was toegezegd dat hij de dienstwoning mocht blijven bewonen zolang hij bij de afdeling Algemene Begraafplaatsen werkzaam was. Verweerder betoogde dat deze toezegging niet in overeenstemming was met de geldende regelgeving en dat eiser op grond daarvan geen gerechtvaardigd vertrouwen kon ontlenen aan het blijven bewonen van de woning.
De rechtbank oordeelde dat de toezegging ondubbelzinnig, ongeclausuleerd en onvoorwaardelijk was gedaan en dat eiser daarop gerechtvaardigde verwachtingen mocht baseren. Het besluit tot intrekking van de status van dienstwoning en de ontruiming schendt daardoor het vertrouwensbeginsel en de rechtszekerheid van eiser. Tevens was het bestreden besluit ondeugdelijk gemotiveerd. Daarom werd het beroep gegrond verklaard, het besluit vernietigd en het eerdere besluit herroepen. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de status van dienstwoning en de ontruiming wordt vernietigd wegens schending van het vertrouwensbeginsel.