ECLI:NL:RBUTR:2011:BP9260
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor bezit en verkoop van XTC, hennep, GHB en wapens
De rechtbank Utrecht heeft op 21 maart 2011 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte die werd vervolgd voor het opzettelijk aanwezig hebben gehad en verkopen van verdovende middelen en het voorhanden hebben van imitatiewapens. De zaak werd inhoudelijk behandeld op 7 maart 2011, waarbij de officier van justitie en de verdediging hun standpunten hebben toegelicht.
De rechtbank oordeelde dat de doorzoekingen in de woning van verdachte rechtmatig waren uitgevoerd op basis van artikel 49 van Pro de Wet wapens en munitie en artikel 110 van Pro het Wetboek van Strafvordering. De verdediging voerde onder meer onrechtmatigheid aan, maar dit werd verworpen. Het bewijs toonde aan dat verdachte 29 pillen met MDMA (XTC) had verkocht, vervoerd en aanwezig had gehad, evenals hennep, hasjiesj en 164,36 gram GHB. Daarnaast had verdachte twee imitatiewapens in bezit. De rechtbank sprak verdachte vrij van het bezit van valse bankbiljetten wegens gebrek aan bewijs van het oogmerk deze als echt uit te geven.
De rechtbank achtte de feiten ernstig, mede gezien de schadelijke effecten van drugsgebruik en de maatschappelijke impact. Verdachte werd veroordeeld tot 82 dagen gevangenisstraf en een werkstraf van 60 uur, waarvan de werkstraf geheel voorwaardelijk werd opgelegd met een proeftijd van twee jaar en bijzondere voorwaarden waaronder meldingsplicht en deelname aan een gedragsinterventie. De tijd in voorarrest werd in mindering gebracht op de gevangenisstraf. De rechtbank hoopte dat verdachte deze straf als stimulans gebruikt om zijn leven te beteren en zijn verslaving aan te pakken.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 82 dagen gevangenisstraf en een voorwaardelijke werkstraf van 60 uur wegens bezit en verkoop van drugs en bezit van imitatiewapens.