Uitspraak
RECHTBANK UTRECHT
1.a
uitspraak van de meervoudige kamer in de zaak tussen
C.[eiser] , wonende te [woonplaats] ,
de directeur Dienst Burgerzaken en Gemeentebelastingen van de gemeente [gemeente] ,
Inleiding
Overwegingen
€ 5,90
Rechtbank Utrecht
Eiser maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn agrarische onroerende zaak, die aanvankelijk op €449.000 was gesteld en na bezwaar werd verlaagd naar €300.000. Eiser betwistte deze waarde en stelde een lagere waarde van €225.000 voor, gebaseerd op een eigen taxatierapport. De rechtbank oordeelt dat de waarde van €300.000 niet te hoog is vastgesteld, ondanks dat de vergelijkingsobjecten een niet-agrarische bestemming hadden.
Daarnaast was er discussie over de proceskostenvergoeding voor het taxatierapport en de aanwezigheid van de taxateur bij de hoorzitting. De rechtbank stelt vast dat een uurtarief van €50 passend is, maar dat eiser niet in een nadeliger positie mag komen dan eerder toegekend. Voor de hoorzitting wordt een minimum van een half uur gehanteerd. De vergoeding voor de gemachtigde werd ten onrechte gematigd, waardoor volledige vergoeding wordt toegekend.
De rechtbank vernietigt het deel van de uitspraak op bezwaar over de kostenvergoeding, verklaart het beroep gegrond en veroordeelt verweerder tot betaling van een aangepaste proceskostenvergoeding van €851,50 plus griffierecht en kosten van het geding. De WOZ-waarde blijft ongewijzigd.
Uitkomst: Beroep gegrond verklaard voor proceskostenvergoeding, WOZ-waarde van €300.000 bevestigd.