ECLI:NL:RBUTR:2011:BP7215
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Nakoming beëindigingsvergoeding na overlijden werknemer vlak voor ontslagdatum
De heer [A] trad in 1977 in dienst bij Postkantoren en sloot begin februari 2009 een beëindigingsovereenkomst met wederzijds goedvinden, met een einddatum van 1 maart 2009 en een afgesproken beëindigingsvergoeding conform het sociaal plan.
Enkele uren vóór de overeengekomen einddatum overleed de heer [A]. Zijn erfgenamen vorderden namens hem de betaling van de afgesproken beëindigingsvergoeding van € 71.336 bruto. Postkantoren weigerde deze te betalen, stellende dat de arbeidsovereenkomst door het overlijden van rechtswege was geëindigd en dat de regeling van het sociaal plan niet van toepassing was.
De kantonrechter oordeelde dat het overlijden vlak voor de einddatum niet afdoet aan de betalingsverplichting van Postkantoren. De beëindigingsovereenkomst bevatte geen voorwaardelijke verbintenis en de regeling was bedoeld om vrijwillige mobiliteit te stimuleren. Het beroep op uitsluiting in het sociaal plan faalde, evenals het beroep op verrekening met de overlijdensuitkering.
Postkantoren werd veroordeeld tot betaling van de vergoeding met wettelijke rente vanaf 1 april 2009 en tot vergoeding van de proceskosten.
Uitkomst: Postkantoren is veroordeeld tot betaling van de beëindigingsvergoeding aan de erfgenamen van de overleden werknemer.